Naïeve wetenschappers

In Trouw van 8 mei ventileren Govert Buijs en Marcel Canoy kritiek op de stelling van Stevo Akkerman dat de moraal van de markt elke andere moraal wegdrukt. Volgens hen hebben veel mensen bij het denken aan marktwerking een verkeerde associatie met geld, winst en hebzucht. Zij geven toe dat er mensen zijn die op korte termijn willen scoren, maar op lange termijn zakken graaiers altijd door het ijs. Die verwachting dat alles op den duur goed komt, zou op een empirisch bewijs van vele eeuwen berusten. Dat kan zo zijn, maar het was geen troost voor de arbeiders die in het verleden onder erbarmelijke omstandigheden moesten wonen en werken. En het is ook geen troost voor wie vandaag is opgelicht. Kassa en Opgelicht zitten er vol mee.

Helaas wordt het probleem mede in stand gehouden door een traag werkend rechtssysteem. Soms duren juridische procedures lang. Je hebt er niets aan, als twee jaar na je faillissement wordt vastgesteld dat die grote schuldenaar inderdaad eerder had moeten betalen.

Daardoor komt men in de markt vaak met wangedrag weg. Kortom: Buijs en Canoy hebben een wel erg naïef beeld van marktwerking. Een beeld dat ik met Akkerman, niet deel.

Bestuur transparanter dan beweerd

Volgens Thierry Baudet is het jammer dat je de gang van zaken van een wetsvoorstel niet kunt volgen “zoals van een pakketje dat je online hebt besteld” (Trouw 6 oktober 2016). Eerlijk gezegd vind ik dat een beetje flauwe stemmingmakerij. Want het kan al geruime tijd en de heer Baudet zou dat moeten weten.

Op de onvolprezen website www.overheid.nl vind je niet alleen de complete regelgeving van alle overheidsinstellingen (rijk, provincies, gemeenten, waterschappen enz.) en alle afkondigingen van de wijzigingen daarvan (in het Staatsblad, de Staatscourant en de decentrale bladen). Voor de rijksoverheid kun je er ook in de rubriek Besluitvorming van de overheid de totstandkoming volgen. In de wetgevingskalender staat een overzicht van de wetgeving die nog in de maak is en van de komende wetgeving waarover je je mening kunt geven (internetconsultatie). Je kunt zelfs een abonnement nemen op kamerstukken met een bepaald onderwerp of (als dat al bekend is) met een kamerstuknummer.

Natuurlijk: dat is allemaal ingewikkelder dan in een referendum tegen een al vastgestelde wet ja of nee te zeggen. Maar het gesuggereerde gebrek aan informatie is er niet.

Wijziging Regeling elektronische bekendmaking (IPM 4.0)

Vandaag verscheen in de Staatscourant het besluit tot wijziging van de Regeling elektronische bekendmaking en beschikbaarstelling regelgeving decentrale overheden. De wijziging treedt op 1 juli in werking. De regeling geldt voor de bekendmakingen en consolidaties van na 1 juli. Reeds geconsolideerde regelingen hoeven niet aan de nieuwe voorschriften aangepast te worden.

Door de wijziging worden de voorschriften voor consolidatie van regelingen in de CVDR (die waren opgenomen in het IPM 4.0) opgenomen in de regeling. Ook worden nu voorschriften gegeven voor het toevoegen van metadata aan bekendmakingen met de GVOP. Dit alles was nodig nu de GVOP en CVDR worden samengevoegd in DROP.

De regeling bedoelt geen inhoudelijke wijziging van de werkwijze, maar er zijn wel aanpassingen op detailniveau. Zo is het voorschrift uit IPM 4.0 vervallen (dat trouwens niet kon worden uitgevoerd) om bij het einde van een regeling niet alleen de regeling in te trekken, maar ook een regel wetshistorie toe te voegen met de reden van de beëindiging. Ook is nu vastgelegd dat de officiële naam van de regeling een vaste structuur moet krijgen.

Solidariteit volgens het CDA

Het plan van het CDA om tot een collectieve “Ziektewet” voor zzp’ers te komen, lijkt sympathiek. Maar als Trouw vandaag de woorden van de heer Heerma goed weergeeft, word ik er beslist niet vrolijk van.

In de afgelopen jaren zijn veel mensen door de tegenvallende economie en door bezuinigingen zonder baan geraakt. Bezuinigingen met instemming van het CDA “omdat het huishoudboekje op orde moet.” Vaak ging het om oudere medewerkers in de bouw of in de zorg. Hun kans op een nieuw arbeidscontract is vrijwel nihil en zo missen ze ook een flink stuk van hun pensioenopbouw.

Een aantal van hen zag kans om als zzp’er werk te vinden: waarschijnlijk horen die tot de ongeveer 450.00 zzp’ers (de helft van het totaal) die niet hoog zijn opgeleid en minder verdienen dan € 25.000,- per jaar. Dan is verzekeren te duur.

En nu bestaat Heerma het om over die mensen te zeggen: “dat uitholling dreigt van collectieve voorzieningen als steeds meer mensen zzp’er worden en niet meer bereid zijn om gezamenlijk risico’s te dragen.” Dat begrijp ik: het is een grof schandaal dat mensen die zijn ontslagen, die net hun hoofd boven water houden, niet bijdragen aan de collectieve voorzieningen voor wie nog een vast contract hebben.

Bekendmaking van gemeenschappelijke regelingen

Op 1 januari 2015 treden enkele wijzigingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen in werking die betrekking hebben op bekendmakingen. Gemeenschappelijke regelingen worden ook wel regionale samenwerkingsverbanden genoemd. In dit commentaar beperk ik mij even tot gemeenschappelijke regelingen van gemeenten. Voor samenwerkingsverbanden van andere overheden zijn in de wet soortgelijke bepalingen opgenomen.

Het gaat om twee onderwerpen:

  1. het bekendmaken van nieuwe gemeenschappelijke regelingen en
  2. het bekendmaken van besluiten die door gemeenschappelijke regelingen worden genomen

1. Het aangaan van een nieuwe regeling

Wanneer gemeenten een nieuwe regeling aangaan, zal vanaf 1 januari 2015 de gemeente die in de regeling is aangewezen (of anders de gemeente van vestiging) de tekst van de regeling bekend moeten maken in de Staatscourant. Zie artikel 26 Wet gemeenschappelijke regelingen.

Het genoemde artikel regelt ook dat die gemeente zorgt voor een geconsolideerde versie van de regeling in de CVDR.

Wijzigingen worden op de zelfde manier bekendgemaakt en geconsolideerd.

2. Besluiten genomen door gemeenschappelijke regelingen

Gemeenschappelijke regelingen hebben soms de bevoegdheid om algemeen verbindende voorschriften (verordeningen) vast te stellen. Volgens artikel 32k Wet gemeenschappelijke regelingen worden die voorschriften bekendgemaakt in de bladen van de aangesloten gemeenten. Een andere mogelijkheid is dat een gemeenschappelijke regeling een eigen publicatieblad uitgeeft. Daarin kunnen dan de besluiten van die regeling bekendgemaakt worden.

Het moet dan wel gaan om besluiten op grond van een gedelegeerde bevoegdheid. Dat betekent dat besluiten op grond van gemandateerde bevoegdheden in het blad van de aangesloten gemeente gepubliceerd moeten worden.

Lege raadsbesluiten zijn niet zinvol

In toenemende mate zie ik dat bij elk onderdeel van de raadsagenda een ontwerpbesluit wordt gevoegd. Voor zover dat bedoeld is om richting te geven aan de discussie, is dat mogelijk praktisch. Het lijkt er echter op dat de medewerkers van de griffie (of hun opdrachtgevers) niet altijd in de gaten hebben dat de VNG-modellen voor verordeningen al de vorm van een besluit hebben. Zij voegen dan bij de agenda een besluit tot vaststelling van de ontwerp-verordening.

Het volgen van het VNG-model is handig, omdat daarin een aantal essentiële wetstechnische gegevens, zoals de wettelijke grondslag en de datum van vaststelling is opgenomen. Is de verordening eenmaal vastgesteld, dan is er een document waarin die gegevens al staan, dat in zijn geheel in het gemeenteblad en in de CVDR kan worden opgenomen.

Het nadeel van een afzonderlijk vaststellingsbesluit voor het algemeen verbindend voorschrift is dat daardoor onzeker wordt wat het algemeen verbindend voorschrift is. Is dat het vaststellingsbesluit (waar dan uiteraard de verordening als bijlage een onverbrekelijk deel van uitmaakt) of is dat de verordening zelf? En dat heeft weer gevolgen voor de publicatie in het gemeenteblad. Publiceren we het raadsbesluit met de verordening in de bijlage (let op! tekst niet als losse bijlage, maar opnemen in het document)? En als we de tekst beschikbaar stellen in de CVDR? Publiceren we dan het raadsbesluit als een regeling waarin we de verordening vermelden als een binnenregeling, die in een ander document wordt opgenomen?

Kortom: vanuit het oogpunt van publiceren is zo’n apart vaststellingsbesluit niet erg praktisch. Ik kan mij niet voorstellen wat zo’n besluit oplevert voor de discussie of de besluitvorming in de raad. Vandaar mijn stelling: Lege raadsbesluiten zijn niet zinvol.

Laatste bolwerk van de participatiesamenleving geslecht

Staatssecretaris Dekker heeft zijn plannen met de publieke omroep bekendgemaakt. Kort gezegd komt het erop neer dat het straks niet meer uitmaakt hoe veel leden een omroepvereniging heeft en dat de NPO uitmaakt wat er uitgezonden wordt. Trouw schrijft vandaag dat dit de verwachte afronding van een proces is. Daarmee is het laatste bolwerk van de participatiesamenleving geslecht. Dat is althans mijn gevoel.

Ooit waren er mensen die voor hun medemens een ziekenhuis begonnen, of een school voor hun kinderen, een woningbouwvereniging of een omroep. Dat deden ze zelf, in hun eigen tijd en van hun eigen geld. Toen kwamen er politici, die zei dat dat zo’n goed idee was dat daar wel een bijdrage tegenover kon staan. En ze lieten de mensen meer belasting betalen om subsidie te kunnen geven. Maar als iets uit de algemene middelen wordt betaald, moet de politiek wel kunnen meekijken. En er kwamen normen voor de kwaliteit en als instellingen niet groot genoeg waren om die te halen, moesten ze maar samengaan. Zo werden de instellingen zo groot, dat ze niet langer door gewone mensen bestuurd konden worden. De politici hadden al gauw door dat zij dat niet zelf moest gaan doen, want er kon natuurlijk ook wel eens wat misgaan. Er kwamen beroepsbestuurders, die aan niemand meer iets hoefden uit te leggen. Dat noemden ze “op afstand zetten”. Als de bestuurders het te gek maakten, deden politici een heel gewichtig onderzoek. En dan gingen ze gauw weer wat anders doen.

Toen hadden de mensen dus niets meer te zeggen over het idee dat ze zelf ooit hadden. En daarom hadden ze niet zo veel zin meer om er hard voor te werken. Politici begrepen het niet: zo werd het allemaal veel te duur. Het werd tijd dat de burgers eindelijk zelf eens iets gingen doen. Participatiesamenleving noemden ze dat.

Bekendmaken van beheersverordeningen

Uitspraak

Op 6 augustus deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak waarin onder andere aan de orde kwam op welke wijze een beheersverordening bekendgemaakt moet worden.

Een beheersverordening is een algemeen verbindend voorschrift, dat op grond van artikel 1.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) op www.ruimtelijke plannen.nl beschikbaar gesteld moet worden. Artikel 1.2.3 van het Bro bepaalt dat zo’n verordening elektronisch vastgesteld moet worden. Het besluit (of de Wet ruimtelijke ordening) bepaalt echter niet hoe een verordening bekendgemaakt moet worden. Daarvoor gelden daarom de algemene regels voor algemeen verbindende voorschriften van artikel 139 van de Gemeentewet.

In casu had de gemeente Zundert de beheersverordening Buitengebied Rijsbergen bekendgemaakt in de Staatscourant en op de gemeentelijke website en beschikbaar gesteld op www.ruimtelijke plannen.nl. Op de laatste website was de volledige tekst van de verordening te vinden. De Afdeling is van oordeel dat – nu bekendmaking van een algemeen verbindend voorschrift in een elektronisch uitgegeven gemeenteblad kan plaatsvinden – met deze wijze van bekendmaking is voldaan aan de bedoeling van artikel 139 van de Gemeentewet.

Wet is gewijzigd

Er valt wel iets te zeggen over de overwegingen van de Afdeling. Wat mij betreft had het onderscheid tussen bekendmaken en beschikbaar stellen wel iets verder toegelicht mogen worden. Voor de praktijk lijkt mij echter belangrijk dat de bedoelde overweging (r.o. 3.2) begint met de vaststelling dat Zundert geen gemeenteblad uitgeeft. Dat is sinds 1 januari van dit jaar anders: nu schrijft de Gemeentewet voor dat elke gemeente een (langs elektronische weg uitgegeven) gemeenteblad moet hebben.

Daarmee lijkt de waarde van deze uitspraak vooral dat nu vaststaat dat voor de bekendmaking van beheersverordeningen inderdaad de regels van artikel 139 van de Gemeentewet van toepassing zijn. En die regels zeggen sinds 1 januari dat bekendmaking geschiedt door opname van de tekst van de regeling in een gemeenteblad.

De praktijk

Samengevat geldt dus voor beheersverordeningen dat zij:

  • elektronisch vastgesteld moeten worden (artikel 1.2.3 Bro)
  • beschikbaar gesteld moeten worden op www.ruimtelijke plannen.nl (artikel 1.2.1 Bro)
  • bekendgemaakt moeten worden door het opnemen van de tekst in het gemeenteblad (artikel 139 Gemeentewet) en
  • (nog niet genoemd) beschikbaar moeten worden gesteld in de CVDR (artikel 140 Gemeentewet)

In de praktijk geeft het plaatsen van deze verordeningen in de CVDR of in het elektronisch gemeenteblad door hun aard en omvang nog wel eens problemen. Dat kan door een slimme samenstelling worden opgelost. De tekst van de verordening (die nu vaak als een bijlage ergens in het document verstopt zit) moet als hoofdtekst worden opgemaakt en al het kaart- en eventueel fotomateriaal wordt dan als bijlage geformuleerd. Volgens artikel 139 van de Gemeentewet hoeven de bijlagen niet elektronisch bekendgemaakt te worden, mits de verordening dat wel zelf bepaalt (artikel 139, derde lid).

Voor de opname in de CVDR durf ik vol te houden dat in dat geval de bijlagen kunnen worden aangemerkt als bijlagen die zich door hun aard niet lenen voor elektronische beschikbaarstelling (artikel 6, tweede lid, aanhef en onder d, Besluit bekendmaking en beschikbaarstelling regelgeving decentrale overheden). Weliswaar moeten die bijlagen elektronisch op www.ruimtelijkeplannen.nl beschikbaar gesteld worden, maar die bijlagen lijken niet zo geschikt voor opneming in de CVDR. En als in de in de CVDR beschikbaar gestelde tekst een IMRO-nummer wordt opgenomen, is toch aan de bedoeling van artikel 140 van de Gemeentewet voldaan: er is op eenvoudige wijze een geconsolideerde tekst van de regeling te raadplegen.

Toch een publicatieblad voor regio’s

Deze week was er goed nieuws voor de regionale samenwerkingsverbanden (gemeenschappelijke regelingen). Sommige regio’s hebben de bevoegdheid om algemeen verbindende voorschriften (verordeningen) vast te stellen. Op dit moment is niet helemaal zeker hoe zij die verordeningen moeten bekendmaken. Gemeenten zetten hun verordeningen sinds 1 januari in een elektronisch gemeenteblad. Dat doen zij vanwege een wijziging van de Gemeentewet (artikel 139). Op regio’s is voor het bekendmaken de Gemeentewet ook van toepassing, maar voor hen is de tekst van die wet bevroren per 6 maart 2002. Voor hen dus nog geen elektronische bekendmaking, lijkt mij.

Bij het parlement is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen aanhangig (Kamerstuk 33 597). Volgens het wetsontwerp hoeven we niet meer in de Gemeentewet te kijken als we willen weten hoe regio’s verordeningen bekend moeten maken. Die manier van bekendmaken wordt uitgeschreven in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Tot nu toe regelde het wetsontwerp dat regio’s verordeningen bekend moesten maken door die te plaatsen in de gemeentebladen van alle aangesloten gemeenten. Dat zou voor grote regio’s met veel aangesloten gemeenten erg onhandig geweest zijn. En het had grote risico’s gegeven, bijvoorbeeld dat een gemeente zou vergeten om een verordening bekend te maken of de verkeerde tekst zou plaatsen.

Deze week verscheen de Vierde Nota van Wijzigingen op het wetsontwerp. In een nieuw artikel 32ja van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt nu opgenomen dat regio’s nu ook zelf een publicatieblad kunnen uitgeven. Dat kan alleen een elektronisch publicatieblad zijn, uitgegeven via de Gemeenschappelijke Voorziening voor Officiële Publicaties (GVOP). De Minister van BZK zal nog nadere regels opstellen.

Het Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer verzorgt bijgewerkte teksten van wetsontwerpen die worden behandeld. De zogeheten “bijtekst” van Kamerstuk 33 597 staat op de pagina Regelgeving van mijn website.

Machiavelli op school

Op 11 december bericht Trouw over een middelbare school waar de schoolleiding leerlingen op een bijzondere manier leert verantwoordelijkheid te nemen voor de rommel in hun schoolomgeving.

Als jurist vind ik het jammer dat op middelbare scholen zo weinig aandacht wordt besteed aan het recht. Toch een onderwerp waar we allemaal van tijd tot tijd mee te maken krijgen. Je zou bijvoorbeeld leerlingen kunnen bijbrengen dat groot en klein onrecht bestaat en dat gezagsdragers daartegen kunnen optreden. Daarbij horen die in een rechtsstaat wel elementaire regels in acht te nemen. Bijvoorbeeld door van te voren te bepalen wat zij onder onrecht verstaan, hoe ze vaststellen wie zich eraan schuldig heeft gemaakt en wat voor straf er op de overtreding staat. Dwangarbeid zou zo’n straf kunnen zijn.

Helaas zal onrecht niet altijd afdoende bestreden kunnen worden, bijvoorbeeld omdat volgens de regels niet vastgesteld kan worden wie zich er aan schuldig heeft gemaakt. Machiavelli had daar een “oplossing” voor. Als een eenheid soldaten niet goed genoeg had gevochten, adviseerde hij de vorst om een op de tien soldaten te straffen. Dat scheelt heel wat uitzoekerij en je laat zo wel je macht gelden.

Op het Wiringherlant doen ze het ook zo. Als een leerling rommel maakt, wijs je gewoon een andere leerling aan die bij wijze van dwangarbeid de rommel opruimt. Dat noemen ze verantwoordelijkheid nemen. Ik vind het botte machtsuitoefening. En een gemiste kans om scholieren te laten zien hoe het er in een rechtsstaat aan toe gaat.

juridisch advies decentrale overheid