Jurisprudentie

Op deze pagina vindt u uitspraken over de Algemene wet bestuursrecht. Het overzicht is samengesteld op basis van de Jurisprudentienieuwsbrief Bestuursrecht van het Landelijk Stafbureau Bestuursrecht van de Raad voor de rechtspraak.

Artikel 1:1 Bestuursorgaan
De Examencommissie van de Stichting Vakbekwaamheid Horeca (SVH) is als enige bevoegd verklaringen sociale hygiëne af te geven. Daarom is zij een bestuursorgaan. Een bestuursorgaan mag alleen kosten in rekening brengen als daarvoor een wettelijke grondslag bestaat.
ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ6929

Artikel 1:1 Geen bestuursorgaan
De Stichting bevordering kwaliteit leefomgeving Schiphol is geen bestuursorgaan. Zij ontvangt haar inkomsten voor een groot deel van de overheid en zij is opgericht bij een door meerdere overheidsinstellingen getekend convenant. Doorslaggevend is dat het niet gaat om een overheidstaak op grond van publiekrechtelijke bevoegdheden.
ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ8741

Artikel 1:2 Geen belanghebbende
Volgens standaardoverwegingen is moet een belanghebbende een eigen, persoonlijk en objectief bepaalbaar, actueel en rechtstreeks betrokken belang bij een besluit hebben. Iemand die op 300 meter afstand woont van een park en daar regelmatig in wandelt, heeft niet zo’n belang bij een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet. Omdat hij geen zicht heeft op de planten en dieren waarop de ontheffing betrekking heeft, heeft die op hem geen ruimtelijke uitstraling.
ECLI:NL:RVS:2004:AQ5780

Artikel 1:2 Geen belanghebbende
Alleen wie rechtstreeks materieel bij het besluit (aangaande sociale zekerheid) is betrokken, is belanghebbende. Erfgenamen zijn dat niet.
ECLI:NL:CRVB:2006:AV7750

Artikel 1:2 Belanghebbende
Iemand die in het gebied woont waarin een ontheffing op grond van de Flora- en faunawet zou moeten gelden, is belanghebbende. Het argument dat de diersoorten waarop de ontheffing betrekking heeft, te klein zijn om van een ruimtelijke uitstraling te kunnen spreken, gaat niet zonder meer op.
ECLI:NL:RVS:2009:BH1113

Artikel 1:2 Belanghebbende
De bewoner van een landgoed van 9 ha is geen belanghebbende bij alle besluiten in de nabijheid van zijn grond. Zijn woon- en leefomgeving is beperkt tot zijn woning en de grond die daar onmiddellijk omheen ligt. Dat vanaf de zolder in enige mate zicht op het landgoed bestaat, is onvoldoende om te voldoen aan het zichtcriterium. In casu is de bewoner belanghebbende, omdat de ontheffing van de Flora- en faunawet kan leiden tot de verstoring van het planten- en dierenleven die invloed heeft op het leven in de directe woonomgeving.
ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ8212

Artikel 1:2 Belanghebbende
Op grond van zijn (potentiële) concurrentiepositie kan een derde belanghebbende zijn bij een subsidiebeschikking. Dat geldt als hij binnen hetzelfde marktsegment en verzorgingsgebied werkzaam is (of concrete plannen heeft om te beginnen) en omzetverlies kan leiden door de gesubsidieerde activiteit. De Nederlandse wetgeving geeft procesregels die voldoende gelijk en doeltreffend zijn aan die voor procedures op grond van het recht van de Europese Unie. Het bestuursorgaan heeft geen onderzoeksplicht: de derde moet aantonen dat hij concurrent is.
ECLI:NL:RVS:2013:CA1378

Artikel 1:2 Geen belanghebbende
Pachter in agrarisch gebied is geen belanghebbende bij besluit om handhaving niet-agrarisch gebruik naastgelegen schuur door “burger”. Weliswaar heeft hij een van anderen onderscheiden, maar verder een onvoldoende concreet en actueel belang bij het voorkomen van vooralsnog onbepaalde conflicten.
ECLI:NL:RVS:2013:CA2063

Artikel 1:3 Geen besluit
De Arnhem Card die in het kader van het minimabeleid kan worden verstrekt, geeft geen aanspraken tegenover de overheid. Weigering zo’n kaart te verstrekken is daarom geen besluit.
ECLI:NL:RVS:2013:CA2887

Artikel 1:3 Geen besluit
De oproep om mee te werken aan een onderzoek tot vaststelling van de rijvaardigheid is de feitelijke invulling van het besluit tot oplegging. Tegen de oproep staat geen beroep open.
ECLI:NL:RVS:2013:CA2890

Artikel 1:6 Awb niet van toepassing
Van de Awb is alleen hoofdstuk 9 van toepassing op de opsporing en vervolging van strafbare feiten en de tenuitvoerlegging van strafrechtelijke beslissingen.
ECLI:NL:RVS:2008:BC6408

Artikel 2:14 Elektronische berichtgeving
Zelfs de rechtbank moet bekendmaken dat de elektronische weg wordt gevolgd, wanneer zij per fax een fatale termijn wil stellen.
ECLI:NL:HR:2013:BY3238

Artikelen 2:14, 3:12 Uitsluitend elektronisch publiceren zonder verordening niet rechtsgeldig
Kennisgeving van een ontwerp-saneringsplan op het internet kan een geschikte wijze van publiceren zijn. Uitsluitende publicatie langs elektronische weg is op grond van artikel 2:14 Awb alleen geldig als dit in een wettelijk voorschrift is bepaald.
ECLI:NL:RVS:2013:CA1371

Artikel 2:15 Geldige verzending per fax
Het risico van de verzending van een bericht per fax is voor rekening van de verzender. Als deze echter een verzendbewijs overlegt en daarmee aannemelijk maakt dat de verzending is geslaagd, kan het bestuursorgaan niet volstaan met een enkele ontkenning.
ECLI:NL:RBOVE:2013:BZ8169

Artikel 2:16 Elektronische handtekening bij verstoring niet geldig
In het algemeen kan een met DigiD gedane aanvraag aan de aanvrager worden toegerekend, omdat er sprake is van een strikt persoonlijk(e) gebruikersnaam en wachtwoord. In casu is het gedurende een bepaalde periode mogelijk geweest een aanvraag te doen op naam van een ander. Nu de ontvanger van de toeslag in meer gevallen toeslagen op naam van anderen heeft aangevraagd, kan de aanvraag niet aan de appellant worden toegerekend.
ECLI:NL:RVS:2013:BZ8406

Artikel 3:41 Bekendmaking aan laatstbekende adres voldoende
Een bestuursorgaan voldoet aan zijn bekendmakingsverplichting als het besluit wordt verzonden naar het laatste bekende adres van betrokkene, ook al is dit niet meer het adres van betrokkene en betrokkene heeft nagelaten het bestuursorgaan van een adreswijziging op de hoogte te stellen.
ECLI:NL:CRVB:2011:BR0473

Artikelen 3:43, 6:11 Niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Als op de juiste wijze kennis is gegeven van een besluit, leiden noch het achterwege blijven van toezending (aan de indiener van een zienswijze), noch de omstandigheid dat de indiener van het beroep het besluit niet op het internet heeft kunnen raadplegen, tot een verschoonbare termijnoverschrijding. In casu is het besluit negen dagen na de bekendmaking gepubliceerd.
ECLI:NL:RVS:2013:BZ7540

Artikelen 3:43, 6:11 Niet-verschoonbare termijnoverschrijding
Wabo-vergunning in twee fasen verleend. Belanghebbende die in de eerste fase een zienswijze heeft ingediend, hoeft geen mededeling te worden gezonden aangaande de tweede fase van de verlening van de vergunning. Primaire besluit overigens op de juiste wijze gepubliceerd.
ECLI:NL:RBOBR:2013:CA0821

Artikel 4:17, Wet openbaarheid van bestuur / Verwacht mag worden dat verzoeker meewerkt
Een mondeling gedaan verzoek behoeft intern niet te worden doorgeleid. Verwijzing naar een andere afdeling is dan niet onredelijk.
Als verzoeker weigert zijn verzoek te specificeren, ontstaat geen aan het bestuursorgaan toe te rekenen vertraging. Dat geldt zelfs als de beslissingstermijn niet op de juiste wijze is verdaagd.
ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6005

Awb artikel 4:17 Onvolledig besluit is ook een besluit
Als op een verzoek tijdig een onvolledig besluit volgt, is er geen sprake van termijnoverschrijding.
ECLI:NL:RVS:2013:BZ7733

Awb artikel 4:17 Vaststelling dwangsom is geen besluit
Als een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, verbeurt het bestuursorgaan (als aan enkele voorwaarden is voldaan) een dwangsom. De vaststelling van de hoogte van de dwangsom geschiedt ambtshalve, ook als om zo’n beslissing wordt gevraagd. Er wordt geen dwangsom op dwangsom verbeurd.
ECLI:NL:RBGEL:2013:BZ9667

Awb artikel 4:17 Ingebrekestelling vormvrij
Een ingebrekestelling behoeft niet aan bijzondere eisen te voldoen. Een duidelijke omschrijving van het eerste verzoek met als onderwerp “voortgang” en het verzoek om voortvarend te werk te gaan, is voldoende.
ECLI:NL:RBAMS:2013:CA0001

Artikel 6:2 Bezwaar niet-belanghebbende tegen weigering niet ontvankelijk
Een brief aan een niet-belanghebbende die inhoudt dat diens verzoek niet wordt gehonoreerd, is geen besluit. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder a, wordt de brief voor de toepassing van de wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijkgesteld. Toch is de niet-belanghebbende niet-ontvankelijk, omdat op grond van de artikelen 8:1 en 7:1 Awb alleen beroep (en dus bezwaar) openstaat voor belanghebbenden.
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5123

Artikel 6:11 Verschoonbare termijnoverschrijding
Op grond van artikel 3.9 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht wordt van de verlening van een vergunning onverwijld mededeling gedaan in een huis-aan-huisblad of op andere geschikte wijze. De praktijk om twee tot drie weken te wachten is daarmee niet in overeenstemming. Omdat in casu bovendien in een (na de verlening van de vergunning) gevoerd overleg geen mededeling is gedaan van de verlening en de website onduidelijke informatie gaf, is sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding.
ECLI:NL:RBROT:2013:CA3897

Artikel 6:12 Onduidelijke vraag is geen ingebrekestelling
Een verzoek om een brief voortvarend te behandelen, is geen ingebrekestelling op grond waarvan een dwangsom wegens niet tijdig beslissen verschuldigd wordt.
ECLI:NL:RBOVE:2013:BZ8169

Artikel 7:1 Bezwaarprocedure schadebesluit
Voor de behandeling van een beroep over nadeelcompensatie is dezelfde rechterlijke instantie bevoegd als die oordeelt over het samenhangende besluit. De standaard-uitspraak (Van Vlodrop-uitspraak: ECLI:NL:RVS:1997:AA6762) regelt echter niet dat de bezwarenprocedure overgeslagen kan worden.
Nu het bestuursorgaan die procedure ten onrechte heeft overgeslagen, komen de griffierechten voor zijn rekening.
ECLI:NL:RBOVE:2013:CA0771

Artikel 7:2 Hoorzitting verplaatsen bij dringende verhindering
Het is in strijd met de wet om een hoorzitting niet te verplaatsen als een belanghebbende of een bestuursorgaan direct en gemotiveerd meedeelt dat hij op het beoogde tijdstip niet kan verschijnen.
ECLI:NL:RBNHO:2013:BZ7907

Artikel 7:13 Hoor en wederhoor
Voor de hoorzitting naar aanleiding van een bezwaarschrift (over de terugvordering van een bijstandsuitkering) moet ook een vertegenwoordiger van het bestuursorgaan worden uitgenodigd.
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ5700

Artikel 7:13 Niet afwijken van samenstelling bezwarencommissie
Als bij verordening een vaste commissie is ingesteld voor de advisering over bezwaarschriften, staat het aan het bestuursorgaan niet vrij om een advies van een andere commissie ten grondslag te leggen aan een beslissing op bezwaar. Zelfs niet als – zoals casu – de indiener van het bezwaarschrift secretaris is van de vaste commissie.
ECLI:NL:RBOBR:2013:BZ8872

Artikel 7:15 Vergoeding kosten bezwaar ook voor belastingadviseurs
Een belastingadviseur is voldoende juridisch geschoold om zijn bijstand aan te merken als (te vergoeden) bijstand van een beroepsmatig rechtsbijstandsverlener.
ECLI:NL:RVS:2013:BZ8446

Artikel 8:1 Procesbelang bij beëindigd gebiedsverbod
Degene tegen wie een gebiedsverbod is uitgevaardigd, heeft ook na afloop van de termijn waarvoor het verbod gold een procesbelang: de bescherming van zijn eer en goede naam.
ECLI:NL:RVS:2013:CA0633

Artikel 8:15 Geen wraking
Dat een rechter in het kader van de nieuwe zaaksbehandeling aan partijen kenbaar maakt hoe hij hun standpunten beoordeelt, is geen reden voor wraking. Ook niet als hij buiten de zaak om vragen stelt.
ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5478

Artikel 8:15 Geen wraking
Dat een rechter een uitspraak heeft gedaan over een handhavingsverzoek wil nog niet zeggen dat hij onvoldoende onpartijdig is bij de behandeling van de zaak aangaande de legalisatie. Niet alleen is dat een andere rechtsvraag, naar de huidige opvattingen kan de rechter die het verzoek om voorlopige voorziening heeft behandeld ook het hoofdberoep behandelen.
ECLI:NL:RBMNE:2013:BZ5483

Artikel 8:15 Geen wraking
Uit het enkele feit dat de rechter niet wacht op het verschijnen van de advocaat met de behandeling ter zitting, terwijl niet duidelijk is aangegeven wanneer de advocaat aanwezig kan zijn, blijkt niet van vooringenomenheid. Dat is alleen anders als een genomen beslissing zo onbegrijpelijk is, dat die alleen door vooringenomenheid kan zijn ingegeven.
ECLI:NL:RBROT:2013:CA2207

Artikel 8:41a Definitieve geschillenbeslechting geen nieuw oordeel ontvankelijkheid
De bepaling dat de bestuursrechter een geschil zo veel mogelijk definitief beslecht, houdt geen opdracht in om een inhoudelijke beoordeling te geven in een door termijnoverschrijding niet-ontvankelijk beroep.
ECLI:NL:RVS:2013:CA2024

Artikel 8:51a Bestuurlijke lus mag geen hulp aan bestuur lijken
Ook bij ambtshalve genomen besluiten kan de rechter de gelegenheid geven om een gebrek in de besluitvorming te herstellen. In casu mocht de rechter het bestuursorgaan de gelegenheid geven het gebrek van een onvoldoende feitelijke grondslag te herstellen met aanvullende getuigenverklaringen. Echter door minutieus voor te schrijven op welke wijze aanvullend bewijs geleverd kon worden, heeft de rechter de schijn gewekt niet meer onbevangen te staan tegenover hetgeen de burger daartegen zou aanvoeren. Dit verdraagt zich niet met artikel 6 van het EVRM; de rechter mocht zijn oordeel daarom niet baseren op het volgens zijn instructie verzamelde bewijs.
ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7385

Artikel 8:51a Bestuurlijke lus geen kans voor nieuwe beroepsgronden
Het beginsel van artikel 6:13 (geen beroep kan worden ingesteld door belanghebbenden die niet tijdig bezwaar hebben gemaakt, een zienswijze hebben ingediend of administratief beroep hebben ingesteld) geldt ook als de rechter het bestuursorgaan in de gelegenheid heeft gesteld om een gebrek in het besluit te herstellen (bestuurlijke lus). Bij die behandeling kan de belanghebbende geen nieuwe beroepsgronden aanvoeren.
ECLI:NL:RVS:2013:CA2877

Artikel 8:69a Relativiteitseis: omwonenden geen belang bij veiligheid medewerkers evenement
Door omwonenden ingebrachte bezwaren tegen een evenementenvergunning welke zien op de openbare orde en veiligheid bij calamiteiten of de gezondheid van medewerkers blijven op grond van het relativiteitsvereiste buiten beschouwing.
ECLI:NL:RVS:2013:BZ8446

Awb artikel 8:81 Geen spoedeisend belang inzake betaling dwangsom
Een verzoek om voorlopige voorziening inzake de betaling van een dwangsom kan alleen worden toegewezen als verzoeker door de betaling in zijn voortbestaan wordt bedreigd dan wel ernstig in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd.
ECLI:NL:RVS:2011:BQ1862

juridisch advies decentrale overheid