Moeten ambtenaren gewone werknemers worden?

CDA-Kamerlid Eddy van Hijum en zijn D66-collega Fatma Koser Kaya willen dat ambtenaren (behalve rechters en militairen) gewone werknemers worden. Dat zou de flexibiliteit van de overheid bevorderen. Zij zijn met hun voorstel minstens voorbarig, blijkt uit een brief van de SCO (niet meer beschikbaar). De brief van de SCO lijkt mij een prima uitgangspunt. Het zou de minister sieren als hij op korte termijn aangeeft wat hij van de procedurele kant van de reactie vindt.

Inhoudelijk zou ik graag toevoegen dat een stevige ambtelijke rechtspositie een vereiste is voor het goed functioneren van de democratie (denk aan Weber). Een ambtenaar die al te gemakkelijk ontslagen kan worden, kan de politieke leiding niet langer kritisch adviseren. In niet te verwaarlozen aantallen gevallen is het goed als bestuurders op (bijvoorbeeld) het bestaan van grondrechten gewezen worden. En bij de behandeling van klachten en bezwaren is het goed wanneer iemand het voor de burger durft op te nemen.

In de tweede plaats (we zien dat momenteel aan de collega’s nota bene bij defensie) is de ambtenaar voor zijn positie meer dan een gewone werknemer afhankelijk van de wensen van de “werkgever”. Een autofabrikant moet voor een ontslag aantonen dat er helaas onvoldoende auto’s worden verkocht om mensen aan het werk te houden. In het openbaar bestuur lijkt langzamerhand het verleggen van prioriteiten al voldoende reden voor ontslag.

De toenemende onzekerheid voor ambtenaren leidt ertoe dat steeds meer hoger opgeleiden zich als consultant aanbieden. De werkzekerheid is vergelijkbaar en zij hebben dan tenminste de kans om een buffer op te bouwen. Niet alleen wordt de overheid daar niet goedkoper van, het betekent ook dat er meer mensen voor de overheid gaan werken die begrijpelijkerwijs niet in de eerste plaats letten op het publieke belang, maar op de mogelijkheid van een vervolgopdracht.