Opheffen stadsdelen

Reactie op het artikel ‘Einde stadsregio’s heeft geen effect op bestuurlijke drukte’ uit Binnenlands Bestuur 41.

Volgens het Regeerakkoord komt het kabinet met voor stellen tot afschaffing van de WGR+ en deelgemeenten c.q. deelgemeenteraden. Het is maar de vraag of een simpele wijziging van artikel 87 van de Gemeentewet volstaat.

Immers, volgens artikel 124 van de Grondwet wordt de bevoegdheid tot het regelen van hun huishouding aan de besturen van gemeenten en provincies overgelaten.

De Rotterdamse deelgemeenten zijn in de jaren zeventig ontstaan uit allerlei verschillende vormen, zoals wijkraden en sociale wijkopbouworganen. Dat waren soms meer, soms minder formeel georganiseerde gemeentelijke commissies.

Naarmate die commissies meer bevoegdheden kregen, ontstond de noodzaak om na te gaan of zij representatief waren voor de bevolking in de wijk. Toen men deelgemeenten de bevoegdheid wilde geven om een verordening vast te stellen, was dat zelfs noodzakelijk. Volgens artikel 4 van de Grondwet heeft namelijk iedere Nederlander het recht algemeen vertegenwoordigende organen te kiezen. Daarmee was het nuttig om een regeling in de Gemeentewet op te nemen.

Een wijziging van de Gemeentewet is onvoldoende om het grondwettelijke recht in te perken het gemeentelijke bestuur zelf in te richten.

Wat levert het afschaffen van de WGR+ regio’s op? Het enige verschil tussen die regio’s en gemeenschappelijke regelingen is dat de regio’s verplicht een aantal vaste taken uitvoeren. Daar waar in die regio’s al wordt samengewerkt, is omzetting naar een gewone gemeenschappelijke regeling niet echt een probleem.

Kortom: het realiseren van deze wensen lijkt een inbreuk op de gemeentelijke autonomie. Dat vraagt wat van beleidsambtenaren om hier een acceptabel plan voor te ontwikkelen. Had men het eigen opschrift van het hoofdstuk Bestuur maar beter gelezen: ‘Het bestuur wordt georganiseerd vanuit de principes: je gaat erover of niet. Alleen dan kan een kleine overheid worden gevormd met minder ambtenaren’.

gepubliceerd als ingezonden brief in Binnenlands Bestuur

In Binnenlands Bestuur van 19 november merkt W.J.N.M. Snoijink, gerechtsambtenaar, op dat ik geen groot kenner van het staatsrecht ben, omdat de Grondwet bepaalt dat de Gemeentewet de inrichting van het gemeentebestuur regelt. Maar dat is nu precies mijn punt: de geschiedenis heeft geleerd dat de praktijk ook wegen buiten de wet om vindt. En die wegen moeten bij een regeling dus allemaal afgesloten worden.