Versoepeling arbeidsmarkt niet doeltreffend

Volgens het Lenteakkoord moet de ontslagbescherming versoepeld worden. Daarmee schiet de coalitie doeltreffend in eigen voet. Waarom?

Het grootste probleem in de Nederlandse economie is op het moment het verminderde consumentenvertrouwen. Dat is de belangrijkste reden waarom ons land zo veel minder presteert als vergelijkbare landen als Duitsland en België. Het is goed mogelijk dat dit te maken heeft met de arbeidsmarkt.

Nieuwe banen

Laat ik mijn positie uitleggen. Nadat ik 25 jaar ambtenaar ben geweest, wilde ik bij een andere overheidsinstantie (!) aan de slag. Maar nergens worden nog vaste contracten aangeboden. Toch heb ik het erop gewaagd en ik heb heel leuk werk. Wat ik alleen niet heb is zekerheid: bij ontslag krijg ik alleen nog WW en bij een bovenmodaal inkomen is dat aanzienlijk minder dan 70% van het laatstverdiende inkomen. Ik denk dus dat als ik vandaag een hypotheek moest afsluiten, de bank daar geen enkel vertrouwen in zou hebben. En ik ben voorzichtig met grote uitgaven.

Nieuwe toetreders

In die zin verkeer ik dus op enkele punten in dezelfde positie als de jongeren die op dit moment willen toetreden tot de arbeidsmarkt. In het afgelopen jaar zijn er maar 2.000 vaste contracten vergeven. Zoals we in Trouw lazen, nemen ze blijmoedig genoegen met het ontbreken van zekerheid. Een hypotheek zit er alleen niet in en grote uitgaven al helemaal niet.

Huidige contracten

Wat levert die verminderde ontslagbescherming nu eigenlijk op? Volgens Marius Winter (in Tros Nieuwsshow van zaterdag 12 mei) heel erg weinig. De gedachte achter die “versoepeling” is mogelijk” easy to fire = easy to hire, ofwel als werkgevers niet aan personeel vast zitten, zullen ze eerder mensen aannemen. Maar het is al reuze simpel om mensen te ontslaan: iedereen die van baan verandert of een nieuwe baan wil, krijgt hoogstens een jaarcontract. En na dat jaar hoef je geen reden op te geven voor ontslag. In het ambtenarenrecht (!) kan dat zelfs zonder al te veel moeite tussentijds.

De voorgestelde versoepeling van de ontslagbescherming is, dat iemand die ontslag krijgt, zelf maar naar de kantonrechter moet gaan als hij meent dat dat niet terecht was. Verder dalen de huidige ontslagvergoedingen met 75%.

De samenvatting lijkt dus: niet alleen bepaalde groepen, maar ook mensen met een “vaste” aanstelling moeten zich zorgen maken over de toekomst. En daarmee schiet de coalitie zich in eigen voet. Want in plaats van een soepeler werkende arbeidsmarkt creëert zij een stagnerende vraag naar producten.

Werkgevers

Dit wordt veroorzaakt door een foutje in de (neo-)liberale economische theorie. U kent haar wel: die van het welbegrepen eigenbelang. Elke bakker zal vanwege dat principe het allerbeste brood bakken tegen een zo gunstig mogelijke prijs. Zo zorgt de concurrentie voor de gunstigste voorwaarden voor consumenten en bakkers. Helaas is het collectieve belang toch iets anders als de optelsom van individuele belangen.

Laten we eens kijken naar de aannemerij. Ik kan mij voorstellen dat de gemiddelde aannemer verguld is met de versoepeling van het ontslagrecht. Sterker nog: aannemers spelen al lang in op de veranderingen op de arbeidsmarkt. Heel veel bouwvakkers hebben tijdelijke contracten of werken als ZZP’er. Geweldig nieuws voor de aannemer, want met die flexibele arbeidsmarkt kan hij de beste kwaliteit huizen bouwen tegen de laagste prijs. Wat dan weer jammer is, is dat door die flexibele arbeidsmarkt geen enkele bank nog een hypotheek geeft en er dus geen huis meer verkocht wordt.

Conclusie

De wal begint het schip dus te keren. Alleen kun je van de individuele aannemer niet verwachten dat hij (als enige) wel vaste contracten aanbiedt. Dat zal dus collectief geregeld moeten worden. Hopelijk gaan de plannen van de coalitie niet door: ze doen meer kwaad dan goed. Maar misschien moeten we de zekerheid voor werknemers zelfs wel verbeteren. Dat is, zoals uit het voorbeeld blijkt, ook heel goed voor het bedrijfsleven. Dat vraagt wijsheid van de politici en – denk ik – druk van een sterke vakbeweging. Moeten mijn jongere collega’s wel lid worden, want collectieve belangen kun je nu eenmaal niet individueel behartigen.